Meditatie

Meditatie zondag 24 Mei door Arjen Uil

 

Lezen: Job 16:15-21

 

Aarde, dek mijn bloed niet toe, laat mijn jammerklacht geen rustplaats vinden. (Job 16:18)

 

Denkend over de meditatie van komende week trof mij de hoeveelheid slecht nieuws die de hervormde gemeente van Beerzerveld op dit moment overspoelt. Kanker dat opnieuw oplaait, gezondheid die achteruit gaat en dierbare die komen te overlijden. De gedachte aan al dat leed maakte mijn hart zwaar en het was moeilijk om vreugdevol stil te staan bij hemelvaart en vooruit te kijken naar Pinksteren.

 

In de meditatie van vandaag wil ik dan ook maar gewoon stil staan bij het leed en hoe dat ons vertwijfeld kan maken. Een van de personen in de Bijbel die vertwijfeld was over het leed dat hem trof was Job. In de eerste verzen van het Bijbelgedeelte van vandaag lezen we het volgende:

 

 “Met een rouwkleed heb ik mij bedekt, mijn aanzien ligt begraven in het stof. Mijn gezicht ziet rood van tranen, over mijn ogen daalt de diepste duisternis, al kleeft aan mijn handen geen geweld, al zijn mijn gebeden zuiver. Aarde, dek mijn bloed niet toe, laat mijn jammerklacht geen rustplaats vinden” (Job 16:15-18).

 

Job heeft enorm veel verdriet. Zijn gezicht ziet rood van de tranen en alles wordt donker. Geen licht van Pasen, geen licht van Pinksteren. Alleen maar diepe duisternis. In de eerste twee hoofdstukken van het Bijbelboek Job horen we dat Job alles verliest wat hem dierbaar is en hij wordt getroffen door een ernstige huidziekte. Al het leed dat hem treft zorgt er voor dat Job het uitschreeuwt naar God. Job is namelijk in alle opzichten foutloos, onberispelijk. Het is oneerlijk dat hem al dat leed treft. Job zegt tegen de aarde: “dek mijn bloed niet toe, laat mijn jammerklacht geen rustplaats vinden”. De oproep van Job aan de aarde om zijn bloed niet te bedekken is een referentie aan het verhaal van Kaïn en abel. Abel wordt bruut en ten onrechte vermoord. Het bloed van abel schreeuwt naar God en God roept Kaïn ter verantwoording. Job wenst dat zijn jammerklacht door God wordt gehoord, en dat God zélf antwoord geef, het is namelijk ook ten onrechte dat hem al dit leed treft.

 

Deze gevoelens van Job kunnen denk ik herkenbaar zijn als het leed ons overspoelt. Het verlangen dat God zelf antwoord. Dat Hij zélf aan de voordeur komt om antwoord en troost te geven. In zijn worsteling met het leed dat hem treft laat Job God niet los. In vers 20 en 21 lezen we: “Nee, in tranen zien mijn ogen op naar God. Laat hij oordelen tussen mens en God, zoals tussen een mens en zijn gelijke” (Job 16:20-21). Job vraagt aan God om hem bij te staan in zijn worsteling met God. Dit lijkt een onmogelijke vraag van Job, omdat God degene is waarmee hij worstelt. Hoe kan God hem dan tegelijkertijd ook bijstaan? Ik heb hier geen uitsluitend antwoord op. Wel denk ik dat het antwoord iets te maken heeft met dat God zowel degene is waaraan we onze vragen mogen richten als degene die ons kan bijstaan. Van Job kunnen we denk ik leren dat we met God mogen worstelen en met onze vragen naar Gods adres mogen gaan. Tegelijkertijd mogen we God vragen om ons bij te staan en ons te troosten in ons verdriet.

 

Ik bid dat God Zijn ogen niet sluit voor het leed dat jullie treft. Dat als er tranen en verdriet zijn dat het naar de hemel mag opstijgen God mag bereiken. Veel van het lijden is onbegrijpelijk. Ik heb daar lang niet alle antwoorden op. Maar ik las ooit ergens deze gedachte: Het lijden in dit leven is onbegrijpelijk. God is onbegrijpelijk. Maar er is geen ander licht dat de duistere afgrond van het leed verlicht, dan God zelf. En je vindt Hem alleen wanneer je liefdevol “Ja”zegt tegen de onbegrijpelijkheid van God zelf.

 

De volgende Psalmen en liederen zouden hierbij gezongen kunnen worden;

 

Psalm 88 en Psalm 130

 

Liedboek 939

 

(Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk)

 

 

 

Meditatie zondag 17 Mei door Ds. J. Mulderij

 

Vrijgekocht

n.a.v. I Petrus 1:18

 

Het doel.

Wat wil je bereiken.

Sommigen vragen vandaag naar de bedoeling van de crisis waar we in zitten.

Anderen stellen die vraag al niet meer.

Je krijgt toch nooit een antwoord.

Je moet het maar nemen zoals het komt.

 

Het valt mij op dat Petrus het heeft over vrijgekocht worden van  uw zinloze levenswandel

Uw ijdele levenswandel met het oude woord van de Statenvertalers.

Hij spreekt hier niet over verlost worden van zonde.

Dat zal er vast allemaal bij horen en onder vallen,

Die woorden gebruikt hij niet.

Zinloze levenswandel.

Daar ben je van vrijgekocht door het kostbare bloed van Christus.

 

Met dat woord zinloos komen een paar gedachten mee.

Vruchteloos zo zou je ook kunnen zeggen.

Vrijgekocht van je vruchteloze levenswandel.

Dat brengt niets op wat ik doe.

 

Waar doe ik het eigenlijk allemaal voor

Ik kan me voorstellen dat iemand die vandaag zijn bedrijf ziet wankelen dat verzucht

Veel inspanningen geleverd om het bedrijf op te bouwen,

Of in de lucht te houden.

Komt er een coronavirus en valt alles bijkans in duigen.

Waar doe ik het eigenlijk allemaal voor.

 

Nu gaat het hier nog wel heel wat verder dan werken zonder resultaat of met een negatief resultaat.

Petrus schrijft over de zinloze levenswandel waarvan ze vrijgekocht zijn.

Een leven zonder resultaat, zonder vrucht.

Zinloos.

IJdelheid der ijdelheden, zegt de prediker dan.

Ze hebben het zelfs van de vaderen, de vorige generaties over geleverd gekregen.

 

Niet ieder zal deze vraag stellen.

Je ervaart je leven best als zinvol.

Het heeft betekenis.

Door het werk dat je doet.

Gezin dat je gekregen hebt.

Of een ander heeft een zinvolle hobby.

Ziet het er eigenlijk niet veel te somber uit.

Die vraag of het wel zinvol is.

 

Ja dat klopt.

Stuk voor stuk zijn het zegeningen van de Here God.

Maar dan moet ik hier nog wel op een klein ander punt wijzen.

Dat woord voor zinloos, ijdel herinnert aan een woord dat in het OT voor afgoden gebruikt wordt.

Nietigheden, staat er dan soms in vertalingen.

Petrus heeft het hier niet over die ervaringen van zinloosheid of zinvolheid.

Het gaat om de toewijding.

Daarvan zegt hij dat we vrijgekocht zijn van onze ijdele levenswandel

 

Door het bloed van Jezus Christus.

Niet zilver of goud.

Dat valt hier onder de dingen waar je je wel aan kunt wijden, maar die niet zo zinvol zijn.

Vrijgekocht omdat iemand zijn leven, zijn bloed heeft gegeven.

 

Daarmee geeft de Here ons leven een doel

Het reikt verder dan wat hier geduid wordt als vergankelijke dingen.

Hoe belangrijk die soms ook zijn.

Het is nooit de diepste betekenis.

Die ontvang je in de Here Jezus Christus.

In het feit dat Hij zijn leven geeft.

Overgeeft.

 

Zo vrijgekocht.

Door Hem gelooft u in God

Die Hem uit de doden heeft opgewekt.

 

Te zingen:           Psalm 118 en Lied 575

 

 

 

 

 

 

Meditatie zondag 10 Mei door Arjen Uil

 

Lezen: Jakobus 5:7-11

 

Denk eens aan de boer, die geduldig blijft wachten op de kostbare opbrengst van zijn land, tot de regens van najaar en voorjaar zijn gevallen. Wees net zo geduldig en houd moed, want de Heer zal spoedig komen.

 

Over iets minder dan twee weken is het Hemelvaartsdag. De dag dat we gedenken dat Jezus is opgevaren naar de hemel. Hoogstwaarschijnlijk kent u het verhaal. Na Jezus’ hemelvaart bleven de discipelen even omhoog staren. Jezus was weg, was dit het einde? Hij had ergens wel beloofd dat de Heilige Geest zou komen, maar de discipelen wisten nog niet wat dit betekende. Ze moesten wachten.

 

Wachten. Eerlijkgezegd ben ik hier niet zo goed in. Het is een vrucht van de Geest waar ik nog veel in te leren heb. Meer geduld hebben en meer vertrouwen op God. We bevinden ons tussen Pasen en Hemelvaart. Door de corona-maatregelen kunnen we nog niet bij elkaar komen. We moeten wachten. In de Bijbel vinden we veel voorbeelden van mensen die moesten wachten. De Israëlieten moesten lange tijd in de woestijn wachten tot ze het beloofde land mochten betreden. Het volk moest opnieuw wachten in ballingschap totdat ze terug zouden keren naar het beloofde land. Abraham moest lang wachten tot dat de belofte van een kind vervuld werd. Ook Jakobus roept ons op om te wachten in het Bijbelgedeelte wat in deze meditatie centraal staat.

 

Jakobus roept ons op om geduldig te wachten als een boer die wacht op zijn oogst. De boer heeft alle voorbereidingen getroffen. Zijn land het jaar door bewerkt en nu is de hoop dat zijn hard werken gezegend word met een goede oogst. De oogst is uiteindelijk waarvoor de boer zijn werk verzet.

 

En als de oogst er eenmaal is dan is het feest. Over het hele land worden oogstfeesten gevierd.

 

Op diezelfde manier mogen we wachten op de komst van de Heer. Met Hemelvaartsdag is Jezus weliswaar opgevaren ten hemel maar er komt een dag waarop Hij terugkomt. Om Zijn geliefde kinderen thuis te brengen. Feest! Tot die tijd moeten we wachten. Iets wat moeilijk kan zijn omdat het wachten lang duurt. Toch mogen we vertrouwen op Zijn belofte. En in het wachten zijn wij niet alleen. Hij heeft ook beloofd dat Hij met ons zal zijn.

 

Hoewel we elkaar nu even niet fysiek als gemeente kunnen ontmoeten komt er een moment dat we dit wel kunnen doen. Dat we weer kunnen vieren als gemeente bij elkaar. Tot die tijd moeten we wachten. Iets wat lastig kan zijn omdat de samenkomsten wezenlijk onderdeel is van ons gemeente zijn en het nu erg lang duurt. Toch mogen we vooruitzien en wachten wij niet alleen. In het wachten zal Hij met ons zijn. Als we weer (wellicht op een andere manier dan we gewend zijn) fysiek bij elkaar kunnen zijn is dit in mijn optiek een feest waard. Laten we tot die tijd geduldig wachten en moed houden. Als een boer de akkers van ons hart bewateren, wieden en waar nodig omploegen. Zodat ons hart klaar is voor zijn terugkomst uit de hemel.

 

De volgende Psalmen en liederen zouden hierbij gezongen kunnen worden;

Psalm 33:5,7 en 8

 

Lied 663: al heeft hij ons verlaten

Liedboek 666: de Heer is opgetogen

 

 

 

 

 

 

 

Meditatie zondag 3 Mei door Ds. J. Mulderij

 

Bewaakt

(n.a.v. I Petrus 1:5)

 

Deze week kwam het door een onderzoek onder alle Nederlanders vast te staan.

De grootste moeite is dat we niet weten waar dit allemaal eindigt.

De maatregelen rondom het coronavirus.

Geen perspectief.

En geen perspectief heeft stress tot gevolg.

Terecht als het met werk, bedrijf, gezin te maken heeft.

Of met de kerk

Wanneer komen we weer ‘gewoon’ bij elkaar?

 

Hoop is perspectief.

Dan heb je toekomst.

Dan verwacht je nog het een en ander.

Belangrijk woord in de Petrus brief.

Maar die hoop is als een erfenis.

Die wacht in de hemel.

 

Dat geeft weinig perspectief.

Dat is te ver, te hoog

En het duurt te lang.

 

Bovendien als de Here God over hoop spreekt

Hoe zit dat dan ondertussen als we hier op aarde wachten.

Wachten op de vervulling.

I je leven ook met de nu geldende beperkingen verder gaat

 

Dat is voor de gemeente waar Petrus aan schrijft ook al een zorg.

De brief laat door schemeren dat het geen gemakkelijk tijd is.

Juist omdat ze tot geloof zijn gekomen in de Here Jezus.

De levende Here die zit aan Gods rechterhand.

In de hemel dus.

 

Dat is een vraag:

Hoe zit dat dan met het leven hier op aarde.

Petrus schrijft over in de kracht van God bewaakt worden.

 

Voor die mensen in Petrus tijd is dat wel een punt.

Ze zijn tot geloof gekomen in de Here Jezus.

Dat is een heel wonderlijk verhaal.

Nog allemaal niet zo vanzelfsprekend als voor ons vandaag.

Die het van kindsbeen af hebben meegekregen.

 

Nee, die mensen voelen zich ook wel een beetje overgeleverd.

De brief spreekt verder op over smaad.

Misschien zou je het vandaag kunnen vergelijken met het gevoel

Een beetje meewarig aangekeken te worden.

Die is nog niet wijzer geworden.

Geloven in een Here die leeft en de dood heeft overwonnen.

 

Staan in een wereld die dat geloven als een gepasseerd station ziet.

Misschien nog voor je opa en oma,

Maar dat is het dan ook wel.

 

Komen dan niet de gedachten op of je wel de goede weg volgt?

Want wie ben jij om te denken dat het leven staat of valt met deze levende Here.

Als ik op de gevolgen let.

Zal ik dat wel volhouden.

 

Petrus zegt: u wordt beschermd totdat die erfenis geopenbaard zal worden.

Bewaakt, staat er eigenlijk

Bewaken heeft hier duidelijk die beschermende functie.

Vergelijk het met iemand die bedreigd wordt en daarom op allerlei wijze bewaakt wordt.

Komt hij in het openbaar dan zijn daar onmiddellijk ook zijn bewakers.

 

Door de kracht van God bewaakt.

Die levende Here Jezus zit aan de rechterhand van God

Engelen, machten krachten zijn Hem onderworpen, zo zegt Petrus in het derde hoofdstuk.

In die kracht van God is Hij onder ons.

Door zijn Geest zelfs in ons.

Dat geeft perspectief.

Dat je bewaakt wordt met het oog op de erfenis die wacht.

Het leven met Hem

 

Bewaakt tot de redding die openbaar zal worden in de laatste tijd.

Nu is er met dat bewaken nog iets anders aan de hand.

Het heeft het oog op veiligheid, bescherming.

Met bewaking verlies je ook je privacy.

Dat ligt gevoelig.

 

Dat bekeken worden.

In de gaten gehouden worden.

Nooit een moment voor je zelf.

Mensen die bewaakt worden met het oog op hun veiligheid, die klagen daarover.

 

Je leven open voor Hem.

Soms pijnlijk.

Want er zijn wel eens dingen die je liever verborgen houdt.

Maar wel de hoopvolle weg.

Omdat je geborgen bent in het leven van de verhoogde Here.

 

 

 

Te zingen: Psalm 91 en Lied 769

 

 

 

 

 

 

Meditatie zondag 26 april door Arjen Uil

 

Lezen: Genesis 9:1-17

 

Wanneer ik wolken samendrijf boven de aarde en in die wolken de boog zichtbaar wordt, zal ik denken aan mijn verbond met jullie en met al wat leeft, en nooit weer zal ik het water aanzwellen tot een vloed die alles en iedereen vernietigt. Als ik de boog in de wolken zie verschijnen, zal ik denken aan het eeuwigdurende verbond tussen God en al wat op aarde leeft. (vers 14- 16)

 

Toen een aantal weken geleden het corona-virus Nederland binnendrong wist het overgrote deel van de bevolking niet wat ons te wachten stond. In Italië stond in deze tijd bij de ziekenhuizen het water aan de lippen. De IC-capaciteit van Italië kon het aantal patiënten niet aan en er moest gekozen worden welke patiënten behandeld zouden worden. Een onmogelijke keuze, die wij in Nederland gelukkig nog niet hebben hoeven maken. Op het moment dat de ziekenhuizen in Italië overstroomden maakte de kinderen van Italië massaal tekeningen van een regenboog. Onder de regenboog stond te tekst: ‘andra tutto bene’. De Italiaanse tekst betekent ‘het komt goed’. Het initiatief van de regenboog is overgewaaid naar Nederland en ook hier zijn er regenboogtekeningen en stoepkrijtkunstwerken gemaakt. Misschien heeft u wel één van deze kunstwerken gezien.

 

De tekeningen van de regenboog deden mij stilstaan bij het verhaal van de zondvloed. Nadat de aarde maandenlang onder water had gestaan besluit God dat Hij alles wat leeft nooit meer zo zal vernietigen als dat hij toen had gedaan. Het teken van Gods verbond met de levende wezens op aarde was de regenboog. Hoewel God in zijn verbond specifiek spreekt de vloed vraag ik mij af of we het teken van de regenboog niet breder mogen zien. Het teken van de regenboog laat zien dat God een verbond heeft met alle levende wezens op aarde. Niet alleen Noach viel onder het verbond, maar alle levende wezens op aarde. In mijn optiek laat dit ook zien dat God om de mensen op aarde geeft. Ik zie in dit verhaal geen kille God die verklaart dat Hij de aarde nooit meer door een vloed zal vernietigen maar daarnaast alle andere mogelijkheden om ons te treffen wagenwijd open laat staan. In dit verhaal zie ik een liefdevolle God die de levende wezen op aarde nooit meer zo wil treffen als toen.

 

De regenboog laat zien dat God in liefde een verbond heeft met alle levende wezens op aarde. In de tekst lezen we dat God, wanneer Hij de regenboog ziet zal denken aan het verbond. Net als dat een trouwring iemand kan herinneren aan het verbond met zijn of haar partner, zo herinnert de regenboog God aan Zijn verbond met ons. Zouden de regenboogtekeningen die de kinderen over de hele wereld hebben gemaakt hier ook onder vallen? Ik vindt het in ieder geval opmerkelijk dat de regenboog wordt gekozen als symbool van dat het goed komt. Treffend omdat de regenboog het symbool is van Gods verbond met alle levende wezens op aarde. Omdat God een verbond met ons heeft komt het goed. Hij houdt de wereld in Zijn hand en heeft beloofd ons nooit meer door een vloed te treffen.

 

In de persconferentie van afgelopen week zei premier Rutte dat we moeten volhouden omdat anders het corna-virus weer gaat golven door de samenleving. Golven… als een vloed. In deze tijd van onzekerheid geloof ik dat we mogen vasthouden aan Gods verbond met alle levende wezens op aarde. In dat opzicht denk ik dat de regenboogtekeningen van de kinderen ook als een gebed kunnen klinken. Om God te herinneren aan Zijn verbond. Want Hij is uiteindelijk degene die alles goed kan maken.

 

De volgende Psalmen en liederen zouden hierbij gezongen kunnen worden;

 

Psalm 121

 

Liedboek 350 – Het water van de grote vloed

Liedboek 885 – Groot is uw trouw, o Heer 

 

(Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk)

 

 

 

 

 

Meditatie zondag 19 April door Ds. J. Mulderij

 

Peinzen in de nacht

 

Te lezen Psalm 63

 

Waar lig je wakker van?

Van jezelf?

Van je kinderen?

Van wat er vandaag allemaal om je heen gebeurt?

Wat je daarover gelezen, gehoord hebt?

De media die nooit stilstaan.

Sommigen media hebben ’s morgens een rubriek waarin samengevat wordt wat je ’s nachts gemist hebt.

Lig er niet wakker van, want wij houden het voor je bij.

 

Waar lig je wakker van?

Dat zit toch vaak in de hoek van zorgen.

Wat je niet klein kunt krijgen

Zaken waar je niet een twee drie een oplossing voor weet.

Dingen die niet uitgesproken zijn, maar je van binnen wel bezet houden.

De zaken van schaamte en schuld.

Of met angst.

 

David peinst ook, op bed, in de nacht

Hij is in de woestijn.

Zonder verder precies het moment in zijn leven te lokaliseren wanneer dit gebeurd is.

Woestijn is een plek waarin de eerste levensbehoefte een probleem zijn

De honger, de dorst

Eten en zeker ook drinken.

Je dagelijks levensonderhoud.

 

Genoeg om van wakker te liggen.

Als het om je gezondheid gaat.

Als je tot de kwetsbaren behoort.

David dorst.

Zijn ziel dorst naar de Here

Een reikhalzend verlangen daar in de woestijn.

Naar de Here die Hij, zo schrijft de Psalm in het heiligdom ontmoet heeft.

 

Wonderlijk is deze Psalm.

Op die plek, de woestijn.

Op die tijd in de nacht

Waar peins je dan over.

Waar lig je wakker van?

David peinst niet over zijn mogelijkheden of onmogelijkheden

Hij peinst erover dat de Here zijn Helper is geweest.

 

Dacht ik daar gisterenavond voor het slapen gaan ook aan?

Dat de Here een Helper is geweest.

Onder mensen is dat in deze tijd gelukkig het geval.

De helper zijn voor een ander.

Misschien iemand in de buurt.

Om boodschappen te doen.

 

Misschien een oudere broeder of zuster.

Even bellen.

Of je kind.

Beeld bellen.

Via welk kanaal dan ook.

Of je kind helpen.

Met zijn of haar school werk.

 

David peinst niet over zijn vrienden die hem geholpen hebben.

Of naasten.

Maar de Here is hier een Helper.

Nu heeft David wel ervaring met die Here.

Hij is in het heiligdom geweest.

Staat aan het begin van die Psalm

Daar heeft hij de macht en de heerlijkheid van de Here gezien.

 

Ook in het heiligdom geweest.

Toen ik gisterenavond ging slapen.

Zelfs iets gezien van het heilige der Heiligen

Het voorhangsel gescheurd bij het sterven van Jezus. 

En de Here waarlijk opgestaan.

Op de morgen van Pasen.

Ook al was het alleen een digitale ontmoeting

 

De Here van dood en leven.

Die zich gevangen liet nemen.

Die Zich liet kruisigen.

Die Zich machtiger toonde dan zelfs de dood.

 

Die Here is een Helper geweest.

Misschien gaf Hij je moed om op te staan.

Die ochtend, nadat je lang had wakker gelegen.

Daar had je niet zoveel zin in.

Misschien schonk Hij je orde en rust

Nu het wel eens hectisch is als vader en als moeder.

Met iedereen thuis.

Misschien bemoedigde Hij je als je nadacht over je eigen kwetsbaarheid.

Misschien gaf Hij je licht te zien in het leven van één van je kinderen.

Misschien gaf Hij je een gesprekspartner, met wie je even wat van je af kon praten.

Die onbevooroordeeld naar jouw hartsgeheimen wilde luisteren.

 

David is wel in het heiligdom geweest.

Wie de Here daar is, dat staat allemaal niet los van die momenten dat Hij een Helper is.

Door zijn woorden.

Maar soms ook in een ontmoeting met iemand anders.

 

Als God het geeft valt aan het einde van deze dag de nacht opnieuw.

Wat u dan ook bezig houdt.

Deze Here is, zegt David, mij een Helper geweest.

 

Waar lig je wakker van.

Waar peins je over.

 

De gekruisigde en opgestane Here die een Helper is geweest.

 

Gebed

Genadige Vader,

 

We danken dat U het bent die onze Helper is.

Dat u zelfs in de dorstige woestijn ons dat in gedachten geeft.

U de levende Here.

 

We danken dat u daarvoor soms van hele gewone menselijke dingen gebruik maakt.

Ons iemand geeft voor wat we zelf niet kunnen.

 

We bidden voor elkaar op deze morgen.

Wees daar waar het stil en alleen in is huis.

 

Wees daar met uw genade waar het juist een drukte van belang

In gezinnen waar al meerdere weken iedereen thuis werkt.

Waar het wel eens lastig is.

 

Wees daar waar besluiten moeten worden genomen

Al of niet verband houdend met deze crisis.

 

Wees met uw genade bij hen die in de zorg werken.

Bij hen die lijden onder deze crisis

Wat betreft hun werk of hun bedrijf.

 

Kom met uw genade

Waar iemand wakker ligt.

De slaap niet kan vatten.

Bij de spoken die soms in je eigen hart aanwezig zijn.

 

U bent een Helper.

U, de drieenige God

Vader Zoon en Heilige Geest.

 

Uw naam, die te prijzen is tot in eeuwigheid.

 

Amen

 

Te zingen:           Psalm 63

                              

                          Lied 680 ( een gebed om de Geest)      

               

 

 

 

Meditatie: Petruswandeling

Onderweg in het voetspoor van Petrus....

Oorspronkelijk zou op 28 maart de Petruswandeling plaatvinden. Een wandeling waarbij we met een kleine groep onderweg zouden gaan, om enkele momenten stil te staan bij het leven van Petrus. Helaas kon deze wandeling niet doorgaan, door de gevolgen van het Corona-virus. Als alternatief voor deze situatie heeft onze kerkelijk werker Arjen Uil enkele video's samengesteld: op deze manier proberen wij toch de meditatieve momenten te beleven, die elders bij de wandeling plaats zouden vinden. Klik hier om de video's te bekijken.

 

Meditatie  1e Paasdag  door Arjen Uil 

 

Meditatie Pasen 2020 door Arjen Uil

 

Lezen: Johannes 20:19-25

 

Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ (Johannes 20:19)

 

De Heer is opgestaan!

De Heer is waarlijk opgestaan! Het is Pasen. Een bijzonder Pasen, want door corona kunnen wij de opstanding van onze Heer niet vieren op de manier zoals we dat gewend zijn. De kerkdiensten mogen niet doorgaan. We zitten thuis en misschien zijn we bang. Ik hoop dat u de vieringen via internet heb kunnen volgen en de meditaties hebben bijgedragen aan een toeleven naar Pasen. Ik hoop ook dat gevoelens van eenzaamheid en angst u niet overspoelen, maar ondanks dat we anderhalve meter afstand moeten houden u verbonden voelt met de gemeente en boven al met God.

 

In deze meditatie wil ik stil staan bij de dag van de opstanding zoals het omschreven is het evangelie volgens Johannes. De discipelen van Jezus zijn bij elkaar. Ze hebben de deur op slot omdat ze bang zijn voor de Joden. De discipelen waren bang en hadden deur op slot. Op het moment dat ze daar angstig in hun huis zitten komt Jezus in hun midden en zegt: ‘Ik wens jullie vrede!’. De leerlingen zijn blij en voor een tweede maal zegt hij: ‘Ik wens jullie vrede!’ Vervolgens blaast Jezus over zijn discipelen. In de tekst bevinden zich drie dingen waar ik uw aandacht op wil richten.

Allereerst, Jezus kwam in hun midden, ook al zat hun deur op slot. In deze coronatijd zitten wij thuis, net als de discipelen, en misschien hebben wij ook wel angst. In onze angst kunnen we soms spreekwoordelijk de deur op slot doen. De deur van ons hart kan dicht zitten door angst. Ondanks dat de discipelen de deur op slot hadden kwam de opgestane Jezus in hun midden. Ook al is ons hart op slot door angst, de opgestane Jezus kan in ons midden komen. Ook al is de kerkdeur dicht, Jezus kan achter de gesloten voordeur van ons huis toch bij ons aanwezig zijn. En deze aanwezigheid verandert alles.

Als Jezus in hun midden staat wenst Hij Zijn discipelen vrede. Tot twee maal toe. Tegenover de angst van de discipelen zet jezus Zijn vrede. Als we bang zijn mogen we weten dat er een vrede is die alle verstand te boven gaat. Vrede is een woord dat vaker in de Bijbel voorkomt, zoals in de bekende zegenbede in Numeri 6:24-26:

 

Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn,
moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.

Jezus wenst Zijn discipelen vrede. Ze hoeven niet bang te zijn, want Hij leeft! Ze hoeven niet bang te zijn want Hij heeft Zijn leven voor hen gegeven zodat zij kunnen leven. Een leven in vrede. Jezus aanwezigheid in hun midden verdrijft hun angst. Op diezelfde manier mag Jezus aanwezigheid in ons leven ons vrede geven. Jezus went ons zijn gelaat toe, en geeft ons Zijn vrede.

 

Tot slot blaast Jezus over zijn discipelen. Een vreemd beeld, maar het grijpt terug naar het begin van de schepping. In Genesis 2:7 blaast God de levensadem in de neus van de mens. God blaast aan het begin van de schepping, Jezus blaast aan het begin van een nieuwe schepping. God blaast de eerste mens leven in. De levende Jezus blaast zijn discipelen leven in door zijn Heilige Geest. Zo mogen wij door Jezus een nieuw leven ontvangen. Samen met Jezus opstaan en leven. Met Jezus in ons midden, Zijn vrede en Zijn levendmakende Geest, mogen we vol vertrouwen Pasen vieren.

 

De volgende liederen zouden hierbij gezongen kunnen worden;

 

Liedboek 641 – Jezus leeft en ik met Hem

 

Opwekking 58 (Johannes de Heer 699) – Vrede zij U

 

Liedboek 617 – De Heer is waarlijk opgestaan

 

Liedboek 642 – Ik zeg het allen dat Hij leeft

 

 

 

 

 

 

 

 

Meditatie  zondag 5 April door Ds. J. Mulderij. 

 

Lezen: Psalm 77

 

Het is een liefelijk tafereel.

Aan het slot van Psalm 77.

U leidde uw volk als een kudde door de hand van Mozes en Aaron.

Een goede herder die zijn schapen bij name kent.

Eén voor één.

Geen enkele uitgezonderd.

U niet en ik niet.

 

De Here Jezus die voor gaat.

Zelfs het ene verloren schaap zoekt.

De onafwendbare trouw en genade

Van Hem die gekruisigd is.

 

Een beeld waarbij je leven rust vindt.

Rust, zekerheid, vertrouwen waar je naar verlangt.

De tijden zijn onrustig.

Niet alleen voor ieder persoonlijk.

Maar heel deze wereld, waar je ook kijkt, is in de greep van het coronavirus.

Niemand die weet hoe dat allemaal gaat aflopen.

Wel deel je in de gevolgen.

Je kunt moeilijker je huis uit.

Je krijgt minder bezoek.

Werk dat stil ligt.

Een bedrijf dat wankelt.

Je komt niet te dicht bij elkaar.

Je weet niet wie de drager is van dit virus.

Onaanraakbaar.

 

Een liefelijk beeld aan het slot van die Psalm.

U leidde uw volk door de hand van Mozes en Aaron.

Een beeld dat het verlangen oproept naar de grazige weiden en de zeer stille wateren.

 

Maar de dichter schrijft dit op aan het slot van een onstuimige Psalm.

Vol onrustige vragen.

Vol van het geroep tot de Here.

Zo rustig gaat het er niet aan toe.

Een Psalm die tot de rand gaat van wat je je nog voor kunt stellen.

Zou God voor eeuwig verstoten.

Is de rechterhand van de Here verandert.

 

De weg waarlangs dit volk gaat aan de hand van de Here, is niet zo’n kalme weg.

Gods weg gaat immers door de zee.

Uw pad door grote wateren,

En uw voetstappen werden niet bekend.

 

 

Langs zo’n weg leidt de Here zijn volk.

De grote water staan voor de machtige tegenstand die de weg van de Here ontmoet.

 

Waarin je ten onder gaat.

Waarin je als Petrus alleen maar kunt roepen:

Here red mij.

Zoals de dichter van deze Psalm zijn stem tot de Here verheft.

 

Langs zo’n weg wordt die kudde geleid.

Een weg waarop je om je heen kijkt of het allemaal wel goed komt.

Met regelmaat denkt: Het komt niet goed.

Een weg waarop je je, net als die dichter, amper laat troosten.

Een weg waar het leven ten onder lijkt te gaan.

Een weg waarop heel de wereld om zijn grondvesten schudt, als vandaag.

 

Uw leidde volk.

Dat wel.

Daarin ligt ook de troost.

 

In al de onrustige onzekerheid

Van vandaag en morgen.

En hoe lang gaat dit duren.

Uw leidde uw volk.

 

U leidde uw volk aan de hand van Mozes en Aaron.

Het noemen van die twee namen maakt ook duidelijk dat het niet zo’n rustige tocht is.

Het herinnert aan de woestijn tijd.

Omgeven door honger, dorst, vijandelijk legers en soms opstand van diezelfde kudde schapen.

Aan de hand van Mozes en Aaron betekent dat we aan die jaren, veertig terug denken.

Een tijd van verlangen naar de vleespotten van Egypte.

Hoe goed hadden we het.

 

Uw leidde uw volk.

Later in het NT staat het er enkele keren.

De Here Jezus die zijn discipelen voorgaat naar Jeruzalem.

De goede herder die zijn kudde leidt.

 

Maar wel naar de plek waar Hij gekruisigd wordt

Naar Jeruzalem.

Waar het wateroppervlak zich boven zijn hoofd sluit.

Waar de voetstappen van de Here niet meer bekend zijn.

Zo leidt de Here zijn kudde.

In de gekruisigde en opgestane Here.

 

Hoe dat afloopt?

Van de coronacrisis weten we dat niet.

Van Hem wel.

Het loopt uit op de morgen van Pasen.

Hij leidt zijn volk.

De levende God.

 

Hij  gaat ze opnieuw voor.

Als de levende Here.

In Hem geldt.

U leidde uw volk. Als een kudde.

 

Te zingen:           Psalm 77

                               Lied 562 en 835

 

Genomen uit: Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk

 

Gebed

 

Here God

Onze stem richt zich tot U.

Als de dichter van de Psalm

 

Om al de onzekerheid van deze tijd voor u uit te spreken.

Als het stil en alleen is in huis

Als ons maatschappelijk leven onrustig is.

Ons werk, ons bedrijf.

Als we in de zorg werken en dagelijks op onze tenen moeten lopen om het bij te houden.

Als we op het punt staan om om te vallen.

Onze stem richt zich tot U.

 

Om u te danken.

Voor de woorden waardoor u ook vandaag spreekt.

Om u te danken voor de grootste gave.

De goede herder die voorgaat

Zijn leven stelt voor de schapen.

 

Om tot u te bidden

Voor wijsheid en de keuzes die we hebben te maken.

Voor wijsheid voor onze regering en al degenen die met hen meedenken.

Voor wijsheid in de kring van uw gemeente.

Om het leven van uw volk vorm te geven binnen de mogelijkheden die er vandaag zijn.

 

Onze stem richt zich tot U.

Om u te danken voor de velen die langs allerlei alternatieve wegen om zien naar anderen.

Om u te danken voor initiatieven die van alle kanten worden ontplooid.

 

Onze stem richt zich tot U

De grote schepper aller dingen.

Die ons tot over de dood heen nabij is geworden.

 

Tot u roepen we:

Wees ons genadig.

In Jezus Naam

Amen

 

 

 

 

Meditatie zondag 29 Maart door Arjen Uil

 

Johannes 10:22-30

 

Mijn schapen luisteren naar mijn stem, ik ken ze en zij volgen mij. Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven.

 

We bevinden ons op dit moment midden in de coronacrisis. Het is een onzekere tijd. Sommige van jullie kennen wellicht iemand in jullie omgeving die besmet is. De opa van een aantal van mijn catechisanten heeft het virus en kort geleden ontvingen mijn vrouw en ik het nieuws over een nicht die is getroffen door het virus. Het virus komt dichterbij en het is onzeker hoe het virus zich in de toekomst zal ontwikkelen. Op dit moment worden we opgeroepen om thuis te blijven, zo min mogelijk contact te hebben en als gevolg kunnen we niet meer wekelijks bij elkaar komen als gemeente van onze Heer Jezus Christus.

 

Tegelijkertijd bevinden we ons op dit moment ook in de veertigdagentijd. De periode van veertig dagen tot Pasen. Hoe leven we als gemeente toch naar Pasen toe? Deze korte overdenking is een resultaat van een idee om op zondag met elkaar vanuit de bijbel contact te houden.

 

In deze meditatie wil ik graag met u stil staan bij Johannes 10:22-30. In het bijzonder wil ik uw aandacht richten op vers 27-28. In deze verzen komt het beeld van Jezus als herder naar voren. Een bekend beeld wat vaker in de Bijbel voorkomt. Misschien denkt u bij het beeld aan Psalm 23: De HEER is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets. Of in een muzikale vertaling: Ik wil van God als van mijn herder spreken, onder zijn hoede zal mij niets ontbreken. Het beeld van God als herder is een troostrijk beeld. Als God ons leven leid mogen wij weten dat het ons aan niets ontbreekt. We hebben alles wat we nodig hebben. Hij leid ons door de donkere dalen naar de stille wateren.

 

Jezus vereenzelvigt zich met het beeld van God als herder. Eerder in Johannes 10 zegt Hij: Ik ben de goede herder, Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij (vers 14). In het gedeelte wat we hebben gelezen benoemt Jezus opnieuw dat Zijn schapen degenen zijn die Hem kennen. Ze luisteren naar Zijn stem en volgen Hem. Jezus vervolgt Zijn antwoord aan de mensen met een prachtige belofte voor Zijn schapen: ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit Zijn hand roven.

 

Kent u de stem van Jezus? Kent u Hem als goede Herder? Dan is deze belofte ook voor u. Jezus houdt u in Zijn hand en niemand kan u uit Zijn hand roven. In het volgende vers (29) lezen we dat Jezus zegt dat Zijn schapen ook niet uit de hand van God de Vader geroofd zullen worden. Gods hand en Jezus’ hand. Beide houden u vast, ook in deze coronacrisis. God en Jezus, één goede Herder.

 

Het beeld van Gods hand en Jezus’ hand die u vasthouden. Het is de sterke hand van een vader die liefdevol zijn kind vasthoudt en beschermt. Al lijkt op dit moment alsof de handen van het coronavirus u willen wegroven. Of misschien zijn er andere handen die op u af lijken te komen. Jezus, God is de goede herder. Als u gelooft in Hem houdt Zijn hand u vast. Door de duisternis heen.

 

 

De volgende Psalmen en liederen zouden hierbij gezongen kunnen worden;

 

Psalm 23 en lied 652:1,6 en 7

 

Lied  184 en Lied 268

 

(Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk)

 

 

 

 

 

 

Meditatie zondag 22 Maart  door ds. J. Mulderij 

 

 

Gegrepen

(n.a.v. Mattheus 26:47-56)

 

Grijp Hem, vertelt Mattheus 26.

Neem Hem gevangen.

Judas kust de man om wie het gaat.

Zo is het afgesproken:

Grijp Hem.

Jezus komt in de handen van een bende met zwaarden en knuppels.

Straks kan Hij geen kant meer op.

 

Straten zijn stil.

Winkelschappen soms leeg, hoewel we niet mogen hamsteren.

Schiphol sluit de start en landingsbanen.

De treinen volgen een basis dienstregeling.

Grote evenementen worden afgelast.

We gaan het huis amper uit.

Laat staan dat we het openbaar vervoer nemen

Of een vliegreis gaan maken.

In de greep van een crisis.

Als Jezus in de handen van die bende.

 

De wereld in coronacrisis.

De kerk in coronacrisis.

Geen diensten of andere samenkomsten.

Geen bezoekwerk.

Elkaar aanraken is verboden.

 

Veel zitten thuis.

Al of niet met werk.

Huisarrest.

We doen het voor ons eigen bestwil.

Je bent voorzichtiger met het contact leggen met anderen.

Deze overdenking is een resultaat van een idee om op zondag met elkaar vanuit de bijbel contact te houden.

Zolang er geen kerkdiensten zijn en het leven van de gemeente stil ligt.

 

Je kijkt om je heen.

Je wordt er wantrouwig van.

Iedere ander kan drager van het virus zijn.

In de greep van de coronacrisis.

 

Nu is Jezus niet zo maar een mens.

Ongelukkigerwijs verraden met een kus.

In handen geraakt van een bende die maar één doel met Hem heeft.

Hij moet sterven.

 

Jezus is door de Here God zelf gestuurd.

Hij is de Zoon van God op deze wereld.

Waar ik zit, helemaal in de greep van wat ons vandaag bezig houdt.

Daar is Jezus dus ook.

Waar ik gekluisterd aan mijn scherm het laatste nieuws volg

 

 

Waar ik wantrouwig om me heen zie: iedere ander kan mij infecteren.

Waar ik verbijsterd ben over een wereld die stil staat.

Waar ik van al die dingen maar niet los kan komen.

Zeker als het in je eigen huis komt.

Je afgezonderd van de wereld een aantal weken je weg moet zoeken.

Hij is gegrepen.

Door die bende.

In de greep van de crisis zit Hij op mijn plek.

 

Waar gaat het naar toe?

Hoe loopt dit af?

Van de coronacrisis weten we dat nog niet precies.

Dat maakt het zo onzeker.

 

Van de Here Jezus, die zich liet grijpen, kennen we de afloop.

De dood aan het kruis.

De morgen van Pasen

Hij leeft.

 

Paulus zegt in Filippenzen 3 het volgende:

Niet dat ik al zover ben en mijn doel al bereikt heb.

Maar ik houd vol in de hoop eens dat te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft.

 

Wees sterk in Hem.

Hij is gegrepen.

Door die bende.

Om u te grijpen ten leven.

Zo loopt het af.

 

 

 

J.Mulderij-Wezep-22 maart 2020

 

 

De volgende Psalmen en liederen zouden hierbij gezongen kunnen worden;

 

Psalm 116 en 118

 

Lied 556 en 558

 

(Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk)