Een dwaze vader

Een dwaze vader...

Jezus vertelt een verhaal. 
Een zoon vraagt bij zijn vader zijn deel van de erfenis op en trekt de wereld in. Het bevalt hem prima. Hij feest met nieuwe vrienden en vriendinnen en geniet van het leven. Als zijn geld opraakt, verandert de situatie. Zijn vrienden kijken niet meer naar hem om en uiteindelijk zit er niks anders op dan een baantje als varkenshoeder te accepteren. Daar, in de modder tussen de varkens, bedenkt hij dat hij thuis veel beter af is. Hij gaat terug naar huis en biedt zich aan als knecht op de boerderij. Maar zijn vader wil daar niets van weten en viert feest omdat zijn zoon is teruggekeerd. 
Naar het bijbelboek Lucas, hoofdstuk 15, verzen 11-32 

Jezus 
Jezus trekt zich niets aan van vaste patronen in de samenleving en de godsdienst. Hij gaat om met mensen waar iedereen aan voorbij loopt. Hij zou in deze tijd een biertje pakken met Holleeder en eten met de Hells Angels. Zijn levenswijze levert Hem kritiek op; zoiets doet een goede burger niet. Als antwoord gaat Jezus niet in discussie en houdt Hij geen bestraffende preek maar vertelt dit verhaal. 

De zoon 
Dat kinderen het ouderlijk huis uit gaan, is van alle eeuwen. Ook jij bent, met de bagage van je opvoeding, je eigen weg gegaan in het leven. En door de tijd heen heb je zaken uit je bagage weggegooid of juist bewaard. Ook wat betreft je erfenis aan geloofszaken. Toen ik over dit verhaal nadacht, kwam de vraag bij mij op: met welk beeld van God zijn wij op pad gegaan? Want het was de luisteraars toen meteen al duidelijk: die vader in het verhaal, dat is God. 

De dwaze vader 
Deze vader wordt geconfronteerd met een pijnlijke vraag: je vader om de erfenis vragen, is in feite hem dood wensen. Om de eer van hemzelf en zijn familie hoog te houden in het dorp, had de vader zijn zoon meteen tot de orde moeten roepen. Maar hij geeft hem wat hij vraagt. De vader laat zijn zoon gaan, voor het oog van iedereen. Vanaf dat moment is hij voor het dorp een bespottelijke vader, die zijn zoon niet de baas kan. Zo vertelt Jezus over God, de Vader, die totaal anders is dan alle andere goden die de mensen in die tijd kennen. Een tijd later keert de zoon terug met een mooi verhaal, goed overdacht: Vader, ik heb me slecht gedragen tegenover God en tegenover u. Ik verdien het niet meer om uw zoon te zijn. En weer doet de vader wat onvoorstelbaar is in het Midden-Oosten: hij rent zijn zoon tegemoet. Maar ouderen, vaders renden niet. Hij laat hem niet eens uitspreken maar omhelst hem, geeft hem een mantel, een ring, nieuwe schoenen en slacht het gemeste kalf. Want er moet feest gevierd worden met het hele dorp! Zijn zoon is terug! Wie is nu eigenlijk wie kwijt? Is de vader niet meer zijn zoon kwijt, dan de zoon zijn vader? En over wie wordt schande gesproken? Toch meer over de vader dan over de zoon? Van zoons kun je zulk gedrag verwachten, maar van vaders? 

De omgekeerde God 
In dit verhaal draait het om de vader. Die vader, God, blijkt het omgekeerde van wat de luisteraars denken. De bekende goden zijn allemachtige ‘bovenbazen’ die niet met zich laten sollen en bij wie je niks in te brengen hebt. Maar deze God is anders. Deze geeft zijn zoon de vrijheid om te gaan en zegt daarmee: "Ik ben er voor jou maar als jij er niet voor Mij wilt zijn "ga dan." "Tegelijk blijft Hij uitkijken naar zijn terugkeer. En als de zoon dan terugkeert, houdt Hij geen preek maar ontvangt hem met blijdschap. Want zonder deze zoon kan Hij geen goede vader zijn. Dat roept de vraag op hoe je denkt over God: vanuit je opvoeding thuis, vanuit dat wat je over God hoorde of vanuit je eigen gevormde gedachten. Is God voor jou misschien de Alleskunner die als je (veel) bidt en (ernstig) vraagt, je gebed verhoort? Met alle teleurstelling als dat niet gebeurt? Of is Hij de grote Bovenbaas van deze wereld die je niet begrijpt als je ziet wat er in diezelfde wereld allemaal gebeurt? Heb jij het beeld dat er van alles niet mag van God en dat Hij alles ziet, zelfs onder de dekens? Leerde je misschien dat je je aan Gods geboden moet houden maar dat je er toch nooit iets van terecht zal brengen? Dat God wel voor de één kiest maar niet voor de ander, pech voor jou? Is de geloofsbagage die je meekreeg voor jou misschien een moreel en religieus systeem dat je onvrij maakt? 

Als zoon of dochter 
Daartegenover zet Jezus dit verhaal waarmee Hij laat zien: het gaat erom dat je in alle vrijheid mag leven als Gods zoon of dochter. Mét de ruimte om te vertrekken. Er moet niets. Misschien spreekt dat je aan als je best verlangt naar die Vader maar niet zozeer naar zijn huis (de kerk). Of als je denkt: God ik ken U niet maar ik mis U zo! Of als je flink met Hem in de clinch ligt omdat je je net als deze zoon te buiten ging aan drank en vrouwen en wat nog meer. Iemand zei het eens zo, nadat ook hij na een zwerftocht thuiskwam bij de Vader: "Ik ontdekte dat ik in vrijheid geschapen ben. Dat ik het voorwerp ben van een goddelijk plan en dat God mij nooit in de steek heeft gelaten." Hij ontdekte, net als de zoon uit dit verhaal: mijn Vader keek naar mij uit en geeft mij in zijn liefde de ruimte om heel ontspannen mijn leven met Hem te leven. 


Zegert de Graaf, uit Vrijheid(ark mission)